Besucher auf www.tarot.de:
seit 97 79.129.531 online 11 
heute 2611 gestern
Montag den 24. September 2018 23:59 Uhr
englisch holländisch spanisch portugiesisch französisch italienisch ungarisch rumänisch tschechisch türkisch griechisch russisch dänisch hebräisch bulgarisch estisch chinesisch polnisch
 german | impressum | kontakt 
  Hajo Banzhaf over
   Tarotsymboliek
   Gezichten van de Tarot
   In het dagelijks leven
   Oorsprong van de Tarot
   Tarot on line?
  Interviews
   Nederlandse Tarot Vereiniging
   ParaVisie
  Online
   Online kaarten leggen
   De vier Elementen Test
  Over
   Hajo Banzhaf
 


 
   Niederlande


HAJO BANZHAF OVER … WEZEN EN OORSPRONG VAN DE TAROT

Vertaald door Susan Gorel en verschenen in Tarot Magazine

Sinds de mens de vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad at, is hij zich van zijn sterfelijkheid bewust en ging voor hem het paradijs van de onschuld en onwetendheid verloren. Sindsdien neemt hij een smartelijke uitzonderingspositie in tussen de dieren, die sterfelijk zijn maar zich daarvan niet bewust zijn, en de goden die zich van hun onsterfelijkheid bewust zijn. De mens weet vanaf dat moment wat goed en kwaad is en heeft besef van de begrippen ‘noodlot’ en ‘toekomst’. Alleen de mens heeft het onderscheidingvermogen die hem voor de gevolgen van zijn daden verantwoordelijk doet zijn. En alleen de mens is zich intens bewust van zijn grote afhankelijkheid van de natuur.

Om zich en zijn stam voor gevaren te behoeden en om overleving veilig te stellen, heeft de mens sindsdien geprobeerd de wetmatigheden van het lot te doorgronden. En daarvoor was het noodzakelijk om achter de wil der goden, die achter de natuurverschijnselen stonden, te komen. Want alleen als hij zich aan hen onderwierp, als hij weer deel van die natuur werd, als hij godgevallig leefde, als hij het juist op de juiste plaats en op de juiste tijd deed, voelde hij zich zeker en beschermd. Om deze reden ontwikkelden de mensen sinds oeroude tijden in alle beschavingen verschillende methoden om te divineren (latijn: schouwen van de goddelijke wil) om op die wijze de wil der goden te ontdekken.

De meest voorkomende vormen waren het lot-orakel, de duiding van voortekenen, het duiden van de ingewanden van vogels en het spontaan schouwen. Al deze vormen openbaren de goddelijke wil door ‘toevallige’ constellaties, waarbij je moet bedenken, dat de mensen in vroegere tijden het begrip ‘toeval’ niet kenden, het woord komt ook in de oude talen niet voor. Pas in de 14e eeuw wordt dit woord kunstmatig gevormd, om het onvoorzienbare te kunnen benoemen, dat tot dan toe steeds als ‘goddelijke wil’ gezien werd. Te voorzien was slechts het menselijk handelen; goddelijke werken onttrokken zich aan de berekeningen van het aardse denken en konden slechts ervaren worden als een rechtschapen mens het juiste orakel op de juiste tijd en op de juiste wijze raadpleegde.

Veel aanzien genoot het lot orakel, waaruit veel van onze huidige geluksspelletjes zoals dobbelen en kaartspelen, voortgekomen zijn. In het Oude Testament worden meermalen Urim en Thummin genoemd, de orakel instrumenten van de hogepriesters van het oude Israel, waarbij vermoedelijk steentjes of staafjes geworpen werden. Uit het verhaal van Jonas weten we dat het lot hem als de schuldige aanwees voor de levensgevaarlijke stormachtige zee en dat hij daarop overboord geworpen en door de vis verslonden werd. Altijd gaat het bij het lot om een onbewust verkregen constellatie zoals ontstaat bij een worp, die dan als antwoord op de gestelde vraag geduid wordt. In zijn eenvoudigste vorm heeft deze orakelmethode zich door dobbelen of het werpen van een munt (kop of munt) gehandhaafd. Maar ook de Tarot, de I Tjing en de runen hebben hier hun wortels.

De duiding van de omen (lat.: voortekenen) berust op de waarneming van afzonderlijke situaties waarop men regels probeerde te baseren. Een moeizaam en uiteindelijk vergeefse inspanning gezien de complexiteit van onze werkelijkheid. Bij de Babyloniërs liepen de pogingen om de onberekenbare verscheidenheid van het leven in een systeem te rangschikken, uit op een inflatie veroorzakend regelwerk, dat een onoverzichtelijke bibliotheek met vele duizenden kleitabletten vulde, die allemaal volgens het model ‘als- dan’ twee fenomenen met elkaar trachten te verbinden bijvoorbeeld: “Als iemand onopzettelijk op een hagedis trapt, zal hij zijn tegenstander overwinnen”. Deze methode heeft zich tot vandaag de dag bewezen door het geloof in geluk of ongeluk brengende voortekenen: de schoorsteenveger, de zwarte kat, of in gezegdes als “na regen komt zonneschijn”. Als belangrijkste orakel echter is de astrologie uit zulke waarnemingen voortgekomen. Omdat de astrologie gebruik maakt van een symbolentaal, is zij in staat om de verscheidenheid van de ervaringen en gebeurtenissen effectief juist uit te drukken, waartegen alle pogingen om een teken met slechts één gebeurtenis gelijk te stellen wel stuk moet lopen op de veelomvattendheid van onze werkelijkheid.

De duiding van de vogel-ingewanden (lat.: au-gur = vogelkijker) is de duiding van vormen. Beroemd was het bekijken van de ingewanden van geofferde dieren waarbij in de afwijking van de norm de handtekening der goden gezien werd en men duidde de vlucht van vogels. Men dacht dat trekvogels de winter bij de raad der goden doorbrachten en ijverig luisterden wat voor het komende jaar besloten werd. Door hun vliegwijze maakten zij deze wetenschap bij hun terugkeer aan de vogelkijkers kenbaar. Maar er waren ook eenvoudigere methoden: uit de beweging van de rook, opstijgend uit een gewijd vat, kon men de goddelijke wil evenzeer aflezen als uit de vorm van was dat men in koud water liet druppelen of uit de structuur van as, wat rest na een vuur. Wijd verbreid was ook het olie-orakel waarbij men olie op een wateroppervlak goot om de dan ontstane vormen te kunnen duiden. Het gieten van lood op Oudejaarsavond, koffiedik lezen en pendelen zijn tegenwoordig zeker de populairste vormen van het voorspellen dat uit deze oude tradities is voortgekomen.

Spontaan voorspellen is een orakel techniek die ieder mens vroeg of laat in zijn leven een keer toepast. Daarbij worden de voorwaarden zowel spontaan als vrij bepaald, ongeveer zo: als het aantal treden op deze trap oneven is, is het antwoord ja. Of je sluit de ogen, je wendt je naar het raam, opent je ogen en het eerste wat je ziet is het te duiden teken. Net zo goed kan je een boek openslaan, met een vinger op de bladzijde tikken en uit de zin die je aanwijst je boodschap afleiden. In tijden waarin orakels als zijnde duivels of heidens verketterd werden, heeft juist deze methode zich ook in vrome kringen kunnen handhaven. Men nam als boek simpelweg de Heilige Schrift, want om daarin Gods wil te ontdekken kon toch echt geen zonde zijn. Deze vorm van voorspellen noemde men bijbelsteken.

Voorspellen hoorde in de voorchristelijke tijd tot de taken van de priesterstand, reden waarom tempels en orakelplaatsen één waren. Om goddelijke boodschappen te ontvangen, werden daar naast de genoemde technieken ook trance en droomduiding toegepast. Waarschijnlijk was het hele orakel gebeuren – als vele erediensten – eerst uitsluitend in handen van priesteressen, tot, in circa 3000 jaar voor Christus met het opkomen van het patriarchaat, meer en meer priesters zich, naast hun offers, kalender en schrijfkunst, zich de taak van het voorspellen toe-eigenden. Maar zelfs nadat Apollo Heer van het Delphi orakel werd, het orakel dat daarvoor de aarde godin Demeter toebehoorde, dienden daar verder ook priesteressen als verkondigers van de goddelijke wil.

De Pythia – zo noemde men de hogepriesteres die de voorspellingen deed – was een eenvoudig boerenmeisje , dat na een reinigingsbad en een teug gewijd water in de orakelput op een driepoot plaatsnam en in trance kwam. Volgens verschillende overleveringen werd deze trance of door dampen veroorzaakt die uit een spleet uit de aarde kwamen of door de rook van laurierbladeren, een plant die Apollo als heilig beschouwde. In deze toestand nam de god bezit van haar tong en beantwoordde de steeds in de ik-vorm gestelde vragen, waarbij de gemaakte geluiden door een priester vertaald werden. Deze duider en verkondiger van het orakel was de profetes waarvan ons woord profeet afstamt.

Dit beroemde trance orakel genoot in de gehele oude wereld buitengewoon hoog aanzien. Met duizenden tegelijk ondernamen de mensen pelgrimstochten ernaar toe en het orakel werd vanzelfsprekend bij alle belangrijke staatszaken bevraagd en werd zelfs door de in politieke zaken hoogst nuchtere Plato lovend erkend. Hij zei “de profetes in Delphi en de priesteressen in Dodona hebben immers veel en goed in bijzondere en in openbare aangelegenheden van ons Griekse rijk in een toestand van waanzin gepresteerd, in nuchtere toestand daarentegen weinig tot niets”. Andere filosofen deelden deze waardering. Zo ook Heraklit of Thales van Milete, die aan de tempel in Delphi aan het begin van de 6e eeuw voor Christus de beroemde inscriptie “Ken u zelve” liet aanbrengen en daarmee de eigenlijke bedoeling van alle orakels duidelijk maakte.
Met de verspreiding van het christendom verstomden de grote orakels van de oude tijd. En toen in 363 na Christus de romeinse keizer Julius naar Delphi, sprak ook dit orakel – na zijn meer dan duizendjarige geschiedenis – voor de laatste keer. Bij monde van zijn priesteres liet Apollo de vraagsteller weten dat hij nooit meer voorspellingen zou doen. Ook deze laatste voorspelling is uitgekomen.

Maar ook buiten de grote eredienstplaatsen waren er vrouwen die voorspellingen deden, zij woonden soms in holen of bergheiligdommen die vereerd werden. Dat waren de beroemde sybillen (aiolisch: sios = god, en bule = raad) die een dusdanig instituut belichaamden dat vroege kerkvaders graag van deze kennis gebruik maakten. Zij ‘verchristenden’ deze sybillen in zekere zin toen zij deze profetessen kortweg tot de verkondigers van de geboorte van Christus maakten.

Blijkbaar zijn orakels uit angst voor de onberekenbare, bedrieglijke werkelijkheid, uit angst niet te zullen overleven, ontstaan. En ook nu nog is angst vaak de drijfveer van vraagstellers. Zoals vroeger is er een naive, kinderlijke kant in de mens die ons laat geloven dat we zeker en veilig zullen zijn als we de raad van de I Tjing ter harte nemen, alle voortekenen volgen, gehoorzaam de weg gaan die de Tarot ons wijst of Saturnus gunstig te stemmen door zijn kleur zwart te dragen. De achterliggende gedachte is dat een ‘goed’, een godgevallig leven gekenmerkt wordt door vrede, vreugde, gezondheid en indien mogelijk ook roem en rijkdom en vrij is van verdriet, ongeluk en leed. Dat zijn echter alle pure wensen van het ego, die ons het leven weliswaar makkelijk maken, maar er zeker geen zin aan geven.

Vervuld leven betekent daarentegen om in overeenstemming met je zuivere wezensnatuur te leven en ook voor je uniciteit te staan, ook waar deze belachelijk gemaakt of bestreden wordt en voor alles je eigen lot te erkennen en je eigen weg te gaan, zelfs als het – zoals in het voorbeeldige leven van Jezus – niet in aardse gelukzaligheid maar aan het kruis eindigt. Opdat wij onze persoonlijke levensweg niet mislopen, is er een kracht in de mens die diegenen die zich aan die kracht toevertrouwen met onmiskenbare zekerheid de juiste stappen doen nemen, zelfs als die je langs afgronden voeren. Sommigen noemen deze kracht de zielegeleider, anderen spreken van de stem van God of van het Hoger Zelf. In de Tarot laat zij zich zien als de kaart Matigheid, die ons de scherpe kanten van de donkere gebieden (De Duivel, De Toren) laat overwinnen en ons tot zelfverwerkelijking brengt, door de Zon op het hoofd van de engel en op de achtergrond van de kaart – het einde van de weg – gesymboliseerd.

De “schuld” van onze voorouders, de beet in de vrucht van de boom der kennis, die hun bewustzijn liet ontwaken, is door ons niet meer ongedaan te maken door weer onbewust door het leven te gaan. Er rest ons slechts de andere weg te gaan, wiens doel vele namen heeft. De bewustzijnsonderzoeker Ken Wilber noemt het het bovenbewuste, C. G. Jung sprak van de heelheid en van de geheelde persoonlijkheid, de alchemisten van morgenrood en de steen der wijzen, de Parcival mythe heeft het over de zuivere dwaas en de Tarot toont dit doel in haar laatste kaart van de grote arcana: de Wereld. Wie orakels niet langer als noodlottige verkondigers van een blind en willekeurig lot beschouwd, maar als een uitzonderlijk middel voor zelfkennis, aan hen bewijzen ze zich als wonderbaarlijke begeleiders op weg naar zelfverwezenlijking.

HAJO BANZHAF.

[zurück]   [ drucken]   [Seitenanfang]

Copyright: 1997-2013 | AstroTV]